F11=groter scherm
welke zin past hierbij ?

-
De beer drijft op zijn rug in de kalme zee.
-
Er is storm op zee en zij verdrinken.
-
De haai valt de beer en het kind aan.

-
De heks lacht en danst van plezier.
-
De heks met het blauw kleed danst in het rond.
-
Zij kijkt met heel boze ogen naar ons.

-
De muisjes kijken naar het kindje in de klok.
-
Uit de klok komt een vogeltje piepen.
-
De vier muizen zijn heel bang van de poes.

-
De groene jas van Mickey is veel te groot.
-
Mickey verstopt zich in de rode jas.
-
In de jas van de muis zit een grote poes.

-
De zwarte pinguin maakt een mooie tuimeling.
-
Deze pinguin glijdt van de helling af.
-
Hij loopt weg van de grote, stoute zeehond.

-
Kabouter Plop rijdt op een snelle autoped.
-
De kabouter rijdt met de autoped tegen een boom.
-
De kabouter rijdt op zijn fiets naar huis.

-
Deze man eet van de taart op de tafel.
-
Hij kocht een taart en geeft ze aan Bart Simpson.
-
De taart op tafel is slecht en moet in de vuilmand.

-
De smurf met de witte hoed poetst zijn tanden.
-
Deze brave smurf wil zijn tanden niet poetsen.
-
Hij moet naar de tandarts want hij heeft pijn.

-
Sneeuwwitje doet een dansje met de vier kabouters.
-
De vier kabouters en sneeuwwitje lopen weg van de heks.
-
Zij krijgt een rode, lekkere appel van de heks.

-
Wat kan die man heel goed voetballen !
-
De bal vliegt in het gezicht van die voetballer.
-
Hij trapt de rode bal recht in het doel.