F11=groter scherm
welke zin past hierbij ?

-
De heks betovert deze brave jongen.
-
Zij maakt van die jongen een paard.
-
De jongen betovert de stoute heks.

-
De leeuw steekt zijn rode tong uit.
-
De leeuw bijt een stuk van zijn eigen tong.
-
De tong van die leeuw is blauw.

-
Deze heks vliegt op haar bezem door de lucht.
-
Zij valt met haar bezem door het dak.
-
De bezem van de heks breekt in twee stukken.

-
Achter deze hoed zit een zwarte kat.
-
De zwarte kat heeft een muis gevangen.
-
De goochelaar tovert een kat uit de hoed.

-
De poes likt haar vuile pootjes schoon.
-
Zij poetst haar tanden met haar klauwen.
-
De poes wast haar pootjes met water.

-
De poes bijt in de staart van de hond.
-
De hond jaagt op het snelle konijn.
-
De jager jaagt in het bos met een hond.

-
Zij vechten om te zien wie de sterkste is.
-
Deze herten houden van elkaar.
-
Het linker hert is groter dan het rechter hert.

-
Een leeuw die kan vliegen bestaat niet.
-
Deze leeuw vliegt over de bomen.
-
De leeuw kocht vleugels in de winkel.

-
Wat doet die jongen een beetje gek.
-
Hij komt zien of iedereen braaf is.
-
Dat meisje trekt leuke gezichtjes.

-
Die struisvogel maakt zich groot en klein.
-
De vogel pikt een worm van de grond.
-
Er valt een boomtak op zijn hoofd.