de melk is heel ..... .
de hond is nu heel ..... .
de ..... zit op een steel.
de .... drinkt uit het glas.
de vrouw valt door het ..... .
er komt een ..... uit het ei.
het ..... komt uit het bad.
het oog kijkt naar ..... .
de hond pakt zijn ..... .
die vrouw van mars is ..... .