Het poesje geeft de hond een zoen.

Die poes draagt een mand.

De kat zit op de bruine piano.

De kat kijkt naar de schommel .

Aan de draad hangt een poes.

Op de rug van de hond ligt een kat.

De poes ziet een vlinder vliegen.

De kat krijgt een bad in de tuin. 

Zo wordt die poes niet nat.

De kleine kat wordt verzorgd.

 

De poes eet graag uit de kom.

De beer houdt van die poes.

sleep de prenten naar de passende zinnen

 

sluit oefening

opnieuw